Er zijn verschillende irrigatiemethoden. Ze hebben allemaal hetzelfde doel: op een gelijkmatige en gecontroleerde manier water naar de planten leveren zodat elke plant de juiste hoeveelheid water aangevoerd krijgt. Niet te veel, niet te weinig en liefst op gecontroleerde intervallen.
Hoe deze aanvoer gebeurt, verschilt en is specifiek aan het type gewas, het klimaat en de watervoorraden die men kan aanspreken. Er wordt een groot onderscheid gemaakt in volledige irrigatie en gedeeltelijke irrigatie. Bij volledige irrigatie zijn de gewassen 100% afhankelijk van het water toegevoerd door irrigatie. Bij gedeeltelijke irrigatie spreken we van een aanvulling op de natuurlijke regenval
Oppervlakte irrigatie
De oudste en meest voorkomende vorm van irrigatie is oppervlakte irrigatie. Deze irrigatie vorm omvat tot wel 96% van het globale irrigatie aandeel. Bij oppervlakte irrigatie wordt water door middel van de zwaartekracht naar akkers geleid. Binnen oppervlakte irrigatie zijn er nog verschillende subcategorieën.
Wilde irrigatie
Dit is de meest primitieve vorm van irrigeren. Water wordt vaak hogerop opgevangen van een beek of meer waarna het via greppels wordt aangevoerd naar vlak gemaakte percelen. Deze vorm wordt vaak toegepast in bergachtige gebieden en in valleien waar de rivier bij hevige regenval uit haar oevers treedt.
Via sluizen wordt het water in de kanaaltjes afgetapt wanneer nodig.
Vakken irrigatie
Hierbij worden kommen of Bassins waterpas aangelegd en omringd door dijken. Het water wordt hier aangevoerd door middel van zwaartekracht of met pompen. Bij de rijstteelt wordt vakken irrigatie veelvuldig toegepast.
Sprinkler irrigatie
Bij sprinkler irrigatie wordt water via leidingen en pompen naar een of meerdere plekken in het veld geleid. Door middel van sproeiers en voldoende druk spuit men het water over het veld. Er zijn mobiele systemen die d.m.v. een tractor beurtelings op verschillende plaatsen in het veld geplaatst worden. Maar ook vaste systemen die automatisch ronddraaien. Het is een relatief eenvoudig maar robuust systeem en een van de eerste gemoderniseerde irrigatiemethodes.
Een nadeel is dat het systeem niet het meest efficiënte is. Een deel van het water verdampt namelijk alvorens het de grond kan intrekken. De waterverdeling is ook niet precies te regelen. Hierdoor zullen delen van het perceel meer water krijgen dan andere en zullen sommige hoeken droog blijven.
Center-pivot irrigatie
Met zijn grote ronde patronen, vaak in groot contrast met het omliggende dorre landschap is deze irrigatie methode zelfs waarneembaar vanuit de ruimte. Het is een soort van sprinkler irrigatie waarbij de waterdruk ook gebruikt wordt om een gigantische stalen arm rond zijn as te doen draaien.
Op deze arm zijn sprinklers aangebracht. Terwijl de arm als een gigantische passer rond zijn punt draait, wordt elke vierkante centimeter evenredig bewaterd. Het wordt vaak toegepast bij volledige irrigatie systemen waar de planten dus 100% afhankelijk zijn van irrigatie. Het voordeel van deze dorre plekken is vaak de overvloed aan zon. Om het verlies in verdamping te verminderen, hangen bij nieuwe systemen de sprinklers zo laag mogelijk tegen de gewassen.
Micro irrigatie
Micro irrigatie is een verzamelnaam voor elke vorm van irrigatie die wordt toegediend onder lage druk door middel van een vast netwerk van buizen en emitters. Het water wordt langzaam, meestal druppelend, toegediend aan de gewassen. Hierdoor is dit de meest efficiënte manier van irrigeren. In tegenstelling tot sprinklers wordt het water niet verneveld door de lucht waardoor er maar een fractie verdampt.
Drip-irrigatie, ook wel druppelirrigatie, is de meest voorkomende vorm van micro irrigatie. Een netwerk van aanvoerbuizen en druppeldarm wordt in een raster aan elkaar gekoppeld op het veld. Elk voorjaar, na het inzaaien, wordt dit proces herhaald. De onderdelen kunnen meerdere jaren hergebruikt worden.
Op grote schaal worden de druppelleiding vaak machinaal geplaats, zoals te zien in onderstaande foto.
Bij micro irrigatie is de zuiverheid van het water zeer belangrijk. Het water hoeft niet noodzakelijk drinkbaar te zijn maar moet wel goed gefilterd worden zodat kleine vervuilingen zoals zand, de emitters niet verstoppen.
Druppelirrigatiesystemen maken vaak gebruik van een verhoogde ton als watertoevoer. De druk die wordt bekomen door de ton op 0.8 m hoogte te brengen, is vaak al voldoende. Wanneer de kraan wordt geopend loopt het water langzaam via de aanvoerleiding en vervolgens de druppeldarm tot bij de gewassen.
